Het nieuwe erfrecht, dat op 1 september in werking treedt, is bedoeld om mensen meer vrijheid te geven bij de verdeling van hun nalatenschap.

Eerste nieuwigheid: de persoon die zijn testament opstelt, kan voortaan een groter deel van zijn erfenis schenken of toekennen aan, bijvoorbeeld, zijn feitelijk samenwonende partner of stiefkinderen, ongeacht het aantal kinderen, legt de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat uit.

Bij nalatenschap dient men een onderscheid te maken tussen de 'reserve', dat is het bedrag dat is voorbehouden aan de wettelijke en reservataire erfgenamen, namelijk de echtgeno(o)t(e) en in beperkte mate de inwonende partner, alsook de bloedverwanten in opgaande, neergaande en collaterale lijn (kinderen, ouders, broers en zussen), en het 'beschikbare deel', hetgene dat overblijft en waarover men vrij kan beschikken/wat men vrij kan schenken.

Tot op heden werd de erfenis in twee gedeeld. De overlevende echtgeno(o)t(e) erfde minstens het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap en het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de meubels in die woning. De kinderen verdeelden de erfenis op basis van een vastgelegd percentage. Elke erfgenaam was dus zeker van een vastgelegd percentage van het vermogen van de erflater.

Met deze hervorming is het bedrag van de reserve verlaagd naar minstens 50%, wat betekent dat het deel waarover men vrij kan beschikken groter is geworden dan voorheen, en dat men nu dus andere mensen kan bevoordelen. Vandaar dat de individuele reserves voor elk van de kinderen kleiner zouden kunnen worden, hoe meer kinderen er zijn. Vroeger was het zo dat hoe meer kinderen er waren, hoe groter het deel van de nalatenschap was dat aan hen moest worden voorbehouden.

Indien iemand het merendeel van zijn vermogen toch zou vermaken of schenken zonder rekening te houden met deze reserve (min. 50%), dan moet de compensatie, 'reductie' genaamd, vanaf september 'in waarde' worden overgemaakt aan de erfgenamen die recht hebben op een wettelijk erfdeel, d.w.z. in de vorm van een geldsom berekend in functie van de waarde van het geschonken goed (een woning bijvoorbeeld). Tot nu toe moest de persoon die een onroerende schenking kreeg, dat goed 'in natura' vergoeden.

De nieuwe wet introduceert ook de 'familiale erfovereenkomst', waardoor de erflater bij leven regelingen kan treffen met zijn erfgenamen om toekomstige conflicten te vermijden.

Ten slotte biedt de hervorming meer zekerheid voor schenkingen bij leven. Deze schenkingen moeten nog altijd in rekening worden gebracht in de nalatenschap, maar er zijn wijzigingen voorzien. Nu is het zo dat als een van de erfgenamen van de erflater (bij leven) een schenking ontvangt, deze schenking wordt beschouwd als een voorschot op zijn deel van de nalatenschap. Daarom moet de begiftigde de schenking bij de nalatenschap 'inbrengen', zodat de schenking in zijn deel wordt verrekend. Het huidige systeem bracht praktische problemen met zich mee: een onroerende schenking aan een kind bijvoorbeeld moest in natura worden 'ingebracht'. Vanaf september is het de waarde van deze schenkingen die in rekening wordt gebracht (waarde van het goed op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden). Het kind kan de woning dus behouden, maar de waarde van de woning zal in mindering worden gebracht op zijn/haar deel van de erfenis.

Daarnaast voorziet de hervorming dat voortaan enkel de nakomelingen hun schenking moeten 'inbrengen'. Naast deze schenkingen 'als voorschot op de nalatenschap', is het nog altijd mogelijk om schenkingen te doen die 'een extra voordeel zijn', bovenop het normale deel in de nalatenschap. Er werden ook overgangsbepalingen voorzien om transacties die al werden uitgevoerd, niet in het gedrang te brengen. De wet voorziet namelijk dat ouders die al een schenking hebben uitgevoerd, met hun notaris kunnen beslissen dat bepaalde oude regels 'van toepassing blijven op schenkingen die ze voor 1 september 2018 hebben gedaan'. Maar, die keuze kan men nog slechts tot 1 september 2019 maken.